Behandelmethode

De acht behandelfasen

 

  1. Het eerste consult heeft als doel meer over de voorgeschiedenis van de cliënt te weten te komen. Er is wanhoop in de mens. Door een goed gesprek en haar/hem eerst leeg te laten praten, komt er rust en dan kan de echte hulpvraag pas gehoord worden. Het belangrijkste is nu het gronden en de eerste tekenen van de levenslijn te mogen voelen, vooral onder de voeten. Daar mag de aarding beginnen.

  2. Als cliënten voor de tweede keer komen is het goed om te voelen waar de blokkades zitten(hoe groot is de UI die afgepeld mag worden) en hoe in de onderbuik links het moederstuk zit en rechts het vadersstuk. Door intuïtief te voelen en te zoeken probeer je erachter te komen waar de stukken zitten van de mannelijke en de vrouwelijke kant. Waar is weinig energie of juist veel. Als daar harmonie komt (yin –yang) dan kan de cliënt al beter in de eigen kracht komen en de gronding komt dan beter op gang. Moeder aarde zorgt voor energie.

  3. De cliënten gaan steeds meer van buiten naar binnen. Er komt kennis van zaken en cliënten leren voelen dat de belevingswereld buiten zich eigenlijk gewoon binnen afspeelt. Cliënten gaan stress afstoten en ze leren dat het leven voor hen ook leuk mag zijn. De cliënt leert nee te zeggen en ook iets voor zichzelf te mogen doen. Het is wel een moeilijk moment, omdat de buitenwereld dit niet gewend is en zich daar nog op aan moet passen.

  4. Oude stukken, innerlijk kind verhalen komen nu naar boven. Cliënten gaan voelen dat alle lagen van het hele levenscyclus aangeraakt mogen worden. Alle oude pijn mag eruit. Van baby, peuter, kleuter, lagere schoolkind, puber, volwassenen, van onderbuik tot zonnevlecht mag een innerlijke reiniging ondergaan.

  5. Meestal is dit moment er een van een opstelling. Oude boosheid of onbegrip wil opgelost worden. Waarom was mijn moeder zo of deed mijn vader dat? Waarom? Dan begin ik met een opstelling: tijdens de behandeling voel ik aanwezigheid of ik merk dat er iets opgelost mag worden. De cliënt blijft gewoon liggen en ik vraag bijv. Als ik je vader in deze ruimte mag zetten waar mag ik hem dan zetten? En vraag ik dat ook van de moeder? Daarna ga ik in de energie van de vader staan en probeer de energie te pakken van het energetische koord. Ik vertel wat ik mag voelen hoe hij loopt of denkt of is. Als ik klaar ben dan maak ik me los en schud even alles los. Vervolgens ga ik in de energie van de moeder staan en ga daar een gesprek mee aan. Soms gebeurt het zelfs dat ze samen in gesprek gaan, dus dan loop ik gewoon over en weer. Zodat er zo dingen opgelost mogen worden. Ik voel soms de gehele stamboom om me heen en kom snel tot inzicht als ik in de energie zit. De cliënt op de bank kan het altijd wel waarderen dat ze even de ouders mogen voelen, rouwprocessen en vergeving komen op gang. Vervolgens mag er weer stroming komen.

  6. Er komt weer hoop en levensenergie, het wordt stil van binnen en er komt vrede in het lichaam. Cliënten krijgen er weer vertrouwen in dat alles goed gaat. Ze gaan ook hun eigen schaduwkanten onderzoeken. Ze komen tot ontdekking wat ze nu eigenlijk echt willen en hoe ze zelf in elkaar steken. Door slechte/moeilijke koorden los te gaan laten.

  7. Cliënten vinden hun eigen identiteit terug en overstijgen de onrust brengers. De voeding komt via moeder aarde en de kosmos en ze zien ook weer het verschil tussen duisternis en licht. Ze komen weer in het hart, of je laat hem/haar even door de deur gaan om in het hart te mogen kijken, wie zitten erin en waar ben jij? Zet de cliënt tussen al de mensen waar hij/zij van houdt. Dat zal veel los maken en hij/zij gaat weer beter voor zichzelf zorgen.

  8. Daarna kan de cliënt de ware aard weer terug vinden. Affirmaties zoals: Het spijt me, vergeef me, ik hou van jou, bedankt. Dat zorgt ervoor dat de cliënt meer zelfliefde krijgt. Dat verbreedt hun blik en ze worden nieuwsgierig. Vervolgens gaan ze zelf op onderzoek uit, door een boek te gaan lezen of een workshop te gaan doen.

 

RBCZ HBO Register van Beroeps-beoefenaren in de Natuurlijke Gezondheidszorg

De stichting RBCZ is een overkoepelende organisatie die therapeuten op HBO-niveau in de natuurlijke gezondheidszorg certificeert en registreert. Het register van RBCZ is openbaar. Alleen de kwaliteitstherapeuten van de aangesloten beroepsverenigingen worden hierin geregistreerd. Zij mogen de beschermde titel Registertherapeut BNG® voeren. Deze titel is vastgelegd bij het Benelux Merkenbureau.

 

Tuchtrecht

Naast registratie en certificatie biedt RBCZ een onafhankelijk tuchtrecht. Dit is ondergebracht in een aparte stichting: de stichting TBCZ (Tuchtrecht voor Beroepsbeoefenaren in de Natuurlijke Gezondheidszorg). Dit tuchtrecht bestaat al sinds 1990 en heeft door de professionele en gedegen procedures een belangrijke plaats verworven binnen de natuurlijke gezondheidszorg.

 

Tuchtrecht en klachtenregeling

TBCZ richt zich alleen op het tuchtrecht. De beroepsvereniging hanteert zelf een uniforme klachtenregeling. De aard van de klacht bepaalt of het een zaak is voor het tuchtrecht of voor de klachtenregeling. Een tuchtrechtscollege beoordeelt zaken die gaan over de behandeling of de effecten van een behandeling. Bij de klachtenregeling gaat het meestal om zaken die te maken hebben met de communicatie tussen therapeut en client, zoals bijvoorbeeld onjuiste nota's, niet nakomen van afspraken et cetera. Meer informatie over het tuchtrecht en de TBCZ is te vinden op de website van het RBCZ Meer informatie over de klachtenregeling is te vinden op de website van het VVET

 

             

^ Naar boven